logoplaatje
titel: Actueel
Nieuws - 2010
plaatje: Onderzoek: Zorg voor stervende patiënt in psychiatrie kan beter

Onderzoek: Zorg voor stervende patiënt in psychiatrie kan beter

Geplaatst: 27 mei 2010
plaatje: bulletZorgverleners in de psychiatrie vinden het moeilijk stervende patiënten in het eigen sterfproces te betrekken, zo blijkt uit onderzoek.
Soms weet men niet zo goed wat de patiënt wil. Dat heeft de ene keer te maken met het stempel ‘wilsonbekwaam’ dat iemand heeft, de andere keer ligt het aan de moeizame communicatie die al dan niet het gevolg is van de somatische of psychiatrische aandoening. Als er bij voorbeeld sprake is van een beginnende longontsteking, kan dit met antibiotica behandeld worden. Maar wil de patiënt dat? Buiten de psychiatrie om, zal de vraag makkelijk tot een antwoord ‘ja’ of ‘nee’ kunnen leiden, maar bij psychiatrische patiënten ligt dat anders, geeft Sarah Horjus aan.

Zij heeft namens het Trimbos-instituut onderzoek verricht naar palliatieve terminale zorg in de ggz. De resultaten zijn recent gepresenteerd. Voor het onderzoek heeft ze dertig interviews gehouden, verdeeld over 16 instellingen, met personeel dat betrokken was bij een cliënt die recentelijk was overleden. “Hoewel zij overwegend tevreden waren over de zorg die zij daarbij hebben verleend, zijn er toch ook een paar wezenlijke knelpunten”, stelt Horjus.

Een praktisch probleem dat in de praktijk veelvuldig voorkomt betreft de personele bezetting op een afdeling. De behandeling en begeleiding van een terminale patiënt vraagt doorgaans meer aandacht en tijd dan een gemiddelde bewoner. Dat geldt ook voor de familie van de terminale patiënt. Er bestaat echter zelden de mogelijkheid om voor deze situaties ‘even’ – en onduidelijk is hoe lang – extra personeel uit de kast te trekken.

Op dit terrein wreekt zich de geringe samenwerking met organisaties en instellingen buiten de psychiatrie, gaf Horjus aan: “Er wordt slechts zelden gebruik gemaakt van de mogelijkheid om vrijwilligers in te schakelen, die gespecialiseerd zijn op het gebied van palliatieve terminale zorg.” Vrijwilligers zouden een gering deel van de onderbezetting kunnen ondervangen, of zouden ingezet kunnen worden bij de begeleiding of ondersteuning van de naasten.

Uit het onderzoek bleek dat afdelingen een zekere structuur op het gebied van palliatieve terminale zorg sterk missen. Werk aan de winkel dus voor de beleidsmakers en Raden van Bestuur van het gros van de ggz-instellingen. Want in de praktijk van alledag is het palliatieve beleid afhankelijk van individuen die ‘toevallig’ op die-en-die afdeling werken en zich begaan voelen met de doodzieke patiënt. Idealiter, zo bleek uit het onderzoek, zou er een afdeling-overstijgend beleid moeten bestaan in iedere ggz-instelling. Ook zou er bij voorbeeld een checklist moeten bestaan met daarop de onderwerpen en/of aspecten die bij palliatieve terminale zorg aan de orde moeten komen. Dat kan het ook mogelijk maken de verleende zorg na het overlijden van de patiënt te evalueren, zodat er eventuele verbeterpunten te benoemen zijn. Dit evalueren gebeurt nu zelden, omdat er geen kader bestaat waarin is vastgelegd wat goede palliatieve terminale zorg is.
terug naar overzicht

Uw mening over dit artikel:



(e-mail wordt niet getoond, wel verplicht.)