logoplaatje
titel: Bibliotheek

Tot de dood ons scheidt...

plaatje: bulletWanneer men een levensverwachting heeft van minder dan 3 maanden komt men in aanmerking voor een plaatsing in een hospice. Na een RIO-indicatie kan men worden aangemeld bij een hospice, en afhankelijk van de wachtlijst krijgt men een appartement toegewezen. Je kunt natuurlijk nooit precies zeggen wanneer iemand gaat overlijden, ook al is hij stervende, maar de benadering is over het algemeen toch vrij nauwkeurig. Gemiddelde leeft een gast nog 2 a 3 weken in ons hospice.
In het boek Noch mal leben vor dem Tod van Beate Lakotta en Walter Schels, waarin een groot aantal verhalen staat van mensen die stervende zijn in een hospice, staat het bijzondere verhaal geschreven en afgebeeld van een moeder en haar 9 jarige zoon die allebei stervende zijn aan kanker. Zij heeft borstkanker, hij heeft een zeldzame hersentumor. Beide vormen van kanker hebben niets met elkaar te maken. Het samenvallen van hun ziekte en hun aankomende dood is gebaseerd op een pijnlijk toeval. Beiden gaan door een hel, beiden hebben een lijdensweg van onderzoeken, therapieën, hoop en vervlieging daarvan doorstaan, en beiden staan op het punt om te gaan overlijden. De moeder heeft een beslissing genomen. “Mijn zoon ziet mij niet sterven, ik zal hem overleven”. Het is bijna ondenkbaar, maar deze missie beheerst de laatste dagen van haar leven. En, zo onwaarschijnlijk als het lijkt; ze vindt de kracht om haar zoon bij te staan in deze laatste zware fase. Haar bed wordt naast dat van haar zoon geplaatst, en samen met haar man die zijn vrouw én zoon gaat verliezen, begeleidt ze de jongen naar de dood, die staat te dringen. Haar eigen sterven moet even wachten en krijgt geen ruimte. “Eerst moet ik er voor mijn kind zijn, daarna mogen ze me komen halen”.

In het hospice waar ik als vrijwilligster werk heb ik een soortgelijke situatie meegemaakt. Een mevrouw die bij ons werd opgenomen met borstkanker in een vergevorderd stadium en metastasen in de hersenen zou niet lang meer te leven hebben. Haar man was ook stervende aan de gevolgen van Alzheimer. Tot voor kort woonden ze nog samen in hun huis. Hij werd verzorgd door haar totdat ze zelf ziek werd en de zorg voor haar zieke man niet meer aankon. In een korte tijd moest voor beiden een nieuw onderkomen gevonden worden. Hij werd geplaatst in een verpleegtehuis, zij kreeg een appartement in “mijn” hospice. Beiden zouden binnenkort sterven, en niemand wist wie de eerste zou zijn.
Regelmatig werd de man met een taxibusje naar zijn vrouw gebracht om nog samen te kunnen zijn. Ze genoten dan van elkaars gezelschap en waren dankbaar voor de uren die ze nog konden delen. Het werd steeds moeilijker; beiden werden steeds zieker en zwakker.

Steeds als ik op vrijdag weer in het hospice kwam voor mijn vrijwilligersdienst, ging ik als eerste bij deze mevrouw kijken hoe het met haar en haar man ging. Ik wist dat ze het erg zwaar had en meerdere processen tegelijk te verwerken kreeg. Ik was begaan met haar lot.
Ik probeerde me wel eens voor te stellen wat er met mij zou gebeuren als ik in een dergelijke situatie terecht zou komen. Zelf stervende zijn en tegelijkertijd mijn kind of man verliezen. De paniek komt over me heen als ik aan het idee denk. Logisch natuurlijk, aan deze dingen denk je niet graag, maar door het werken met stervenden ontkom je niet aan deze gedachten. Het maakt je kwetsbaar, maar tegelijkertijd brengt het veel inzichten en maakt het je erg sterk, en dankbaar voor datgene wat je hebt.

Ik weet door studie en ervaringen vanuit mijn werk dat sterven heel hard werken is. Lichamelijk; wanneer er sprake is van een ziekteproces, en geestelijk; door het rouwen om het verlies en het verdriet. Loslaten doe je niet zomaar even……
Waar ligt dan je prioriteit als je zelf sterft en ook nog iemand gaat verliezen?
Mijn sterke moedergevoel zegt me dat mijn kinderen hoe dan ook altijd voor gaan, ook als ik ziek ben. Het is nu eenmaal een natuurwet dat je als moeder eerst voor je kinderen zorgt en dan pas voor jezelf, en zo voelt dat voor mij ook. Maar wat als je te ziek bent om moeder te zijn voor je stervende kind?

De stervende moeder uit het boek Noch mal leben vor dem Tod kan het op een bepaald moment niet meer opbrengen om tegen haar zoon te praten en hem vast te houden. De kanker heeft zich uitgezaaid naar haar hoofd en haar gevoel is nog moeilijk te peilen. Wel heeft ze aangegeven dat ze dicht bij haar zoon wil blijven totdat hij gestorven is. Ze sterft 25 dagen na haar zoon. In een rolstoel kan ze aanwezig zijn bij zijn afscheid.

De vrouw in “mijn” hospice takelt met de dag af. Haar 50 jarig huwelijk heeft ze nog samen met haar man en hun familie in de personeelsruimte van het hospice gevierd. Van taart, drank en zelfs sigaretten werd genoten en het gouden paar stond samen op de foto; ziek, maar gelukkig. In de weken daarna begon ze zich langzaamaan terug te trekken en afstand te nemen van haar man. Hij kwam steeds minder, want het werd haar te veel. Ze kon de aanwezigheid van anderen niet goed meer verdragen en keerde in zichzelf. Haar sterven duurde lang en was zwaar. Haar man overleefde haar, maar het had net zo goed andersom kunnen zijn.

“Mama”, zegt mijn dochter van 5 jaar. “Als ik doodga, mag ik dan jouw
beschermengeltje worden?”
“Dat lijkt me heel erg fijn, Aileen, want een lievere engel dan jou kan ik me niet
voorstellen. Maar ik hoop dat ik eerder doodga dan jij, want ik ben ouder dan jij,
en de oudsten horen als eerste te gaan”.
“Wil jij dan mijn beschermengel worden mama, want ik kan eigenlijk niet zonder jou,
en zo blijf je toch bij me”.
“Dat is een goed idee Aileen, maar hopelijk duurt dat nog heel erg lang”.


(c) Heidi Gündel, juni 2005

Reacties:

Wilt u reageren op deze column? Dat kan hieronder!



(e-mail wordt niet getoond, wel verplicht)