Een vrijwilligersdienst in een hospice

In het hospice waar ik werk als vrijwilligster word ik altijd op dinsdagochtend verwacht. Ik ben nu 3 weken afwezig geweest in verband met vakantie, dus het is maar afwachten welke gasten ik nog aantref. Van een aantal weet ik bijna zeker dat ze zijn overleden, maar van 2 gasten verwacht ik nog wel dat ze er zullen zijn. Hoe zal het met ze gaan? Zal hun stervensproces vredig zijn en pijnvrij? Ik hoop het maar…..
Bij binnenkomst tref ik mijn collega Tiny, in mijn ogen de beste verpleegkundige die er is. Ze doet verslag van de afgelopen 3 weken. De man en vrouw van wie ik had verwacht dat ze nog zouden leven, zijn allebei al een paar weken geleden gestorven. Ik schrik er even van, niet verwacht dat het zo snel zou gaan. In vogelvlucht doet ze verslag van hun stervensproces. Gelukkig, de dood is voor beide personen zacht geweest. Ze hebben controle gehad over hun eigen sterven….in mijn ogen zo belangrijk en waardevol.
Mijn assistentie wordt gevraagd bij het verzorgen van een nieuwe gast. De man heeft longkanker in een terminaal stadium en kan weinig meer. Bovendien is hij erg benauwd. Alleen verzorgen, ook al is het op bed, is te belastend voor deze man. Samen met Tiny verzorg ik hem op bed, zodat de man er zo min mogelijk last van ondervindt. Het wassen, kleden en installeren in een comfortabele stoel, zodat het bed kan worden verschoond vraagt veel van de man. De 2 liter zuurstof die hij per minuut krijgt toegediend is niet afdoende. We laten hem dus rusten in zijn stoel……..op adem komen.
Ondertussen maak ik een schaaltje pap voor hem. Zijn medicatie kan hij niet meer zelf innemen met een glas water, dus zijn ontbijt heeft nu een dubbele functie. Ik moet hem ermee helpen….zelfs eten gaat niet meer, het is te vermoeiend.
Normaal gesproken ga ik om 9 uur alle kamers af en vraag aan de gasten wat ze graag als ontbijt zouden willen. Er wordt over het algemeen niet erg veel gegeten, maar een prettig ogende maaltijd in minimale proporties kan de eetlust soms wel stimuleren. Het is bovendien ook erg belangrijk dat er een regelmaat is het dagritme van de zieken. Soms is dat ritme hun enige houvast in het onzekere bestaan wat ze nog leiden.
Er zijn deze keer geen gasten die kunnen eten. Alleen de doodzieke man die we zojuist verzorgd hebben. Een klein schaaltje pap en een half kopje thee in een tuitbeker was zijn ontbijt. Een minimaal ontbijt dus, maar zeer belangrijk. Het zou bijvoorbeeld niet netjes zijn als ik opeens met een flink bord pap en een vol glas thee kom aanzetten, want daarmee zou ik aan zijn wensen voorbijgaan. Respect voor datgene wat nog mogelijk is en dat zo aantrekkelijk mogelijk aanbieden is van zeer groot belang.
Op een andere kamer ligt een man met eveneens kanker in een vergevorderd stadium. Hij is wat gedesoriлnteerd en dreigt in een delier te raken. Hij krijgt als decubituspreventie een “low air” matras. De man snapt niet wat er allemaal gebeurt. Iedere verandering is er ййn te veel, en aangezien er voortdurend veranderingen plaatsvinden, is het voor hem en zijn familie erg zwaar. Hij heeft gelukkig familie om zich heen, en van mij als vrijwilligster wordt niet veel gevraagd op dat moment.
De man die we eerder op de ochtend verzorgd hebben heeft het erg zwaar. Hij heeft veel pijn, en zelfs een injectie morfine schijnt niet te helpen. Ik ga bij hem zitten en probeer erachter te komen wat de pijn kan doen verlichten. Ik geef hem een rugmassage maar helaas mag dat ook niet baten. Hij raakt geпrriteerd omdat hij niet kan verwoorden wat hij voelt. Hij is vermoeid, maar kan niet slapen van de pijn en angst. Iedere keer als hij praat, moet hij hoesten wat een ware veldslag voor hem is. Hij geeft puur bloed op, keer op keer. Ik voel me machteloos, maar weet ook dat pijn een persoonlijke beleving is. Iets moet hem toch wat rustiger krijgen?
Ondanks de pijn en benauwdheid komt er een gesprek op gang. Hij geeft aan dat het allemaal niet meer hoeft voor hem. Huilend geeft hij toe dat zijn favoriete kleindochter gisteren afscheid van hem heeft genomen omdat ze op vakantie ging. Beide wisten dat het misschien een afscheid voor altijd zou zijn, en hij vindt het moeilijk. We praten even over zijn kleindochter en trots wijst hij naar een foto die op een tafeltje staat. “Dat is ze…”, zegt hij. Een leuke tienermeid in de bloei van haar leven staat lachend op de foto. “Haar leven begint pas, en het mijne is voorbij. Ik vind het zo erg dat ik haar niet verder mag meemaken”.
Ik merk dat hij nu dicht bij zijn emoties komt, en ben daar blij om. Terwijl de tranen over zijn wangen stromen vraagt hij of ik zijn dochter wil bellen en haar wil vragen om zo snel mogelijk te komen. Hij vraagt of ik bij hem wil blijven zitten tot zijn dochter er is, omdat hij bang is. Natuurlijk wil ik dat…. en ik prijs me gelukkig om het feit dat ik als vrijwilligster de tijd kan en mag nemen om deze man tot steun te zijn. Ik hou zijn hand vast en huilend legt hij zijn andere hand weer over de mijne.
Als de dochter er is, kijk ik of mijn hulp nog ergens nodig is. Het is erg rustig bij de gasten en na nog wat huishoudelijke taken verricht te hebben ga ik naar huis. Ik kijk nog even bij de man en zijn dochter. Zij zit een boek te lezen aan het bed. Haar vader is in slaap gevallen en ademt rustig.
Met een gerust hart rij ik de mooie beukenlaan uit, op weg naar huis. Ik hoop van harte dat ik deze man volgende week niet meer terugzie.
(c) Heidi Gьndel, september 2005
Wilt u reageren op deze column? Dat kan hieronder!