Buiten is het vrijdag

Buiten is het vrijdag. Hier, in het kamertje op twee hoog maakt het niet uit welke dag het is, want alle dagen zijn hetzelfde.
Zachtjes aai ik over haar wang, zeg goeiemorgen en fluister haar naam. De zinnen die haar niets meer zeggen en de woorden die ze niet meer kent. Ze kijkt naar me en ik vraag me af wat ze ziet en hoe ik haar kan bereiken. De omgekeerde wereld. Hoe de tijd voor haar in plaats van vooruit steeds meer achteruit is gegaan. Echt leven doet ze niet meer, niet zoals vroeger. Waar zij eens de kapitein was op een schip, waar zij de lakens uitdeelde, waar ze een vrouw was voor haar man en een moeder voor haar kinderen. Alzheimer heeft haar gevonden, een paar jaar geleden. Eerst was hij slechts sluimerend aanwezig, maar al snel trad hij op de voorgrond. Steeds vaker raakte ze de weg kwijt, verloren en verdwaald. Een weg die leidt tot vrijwel niets. In de lange gangen vroeg ze me eens of ik vader had gezien en of het al tijd was om naar huis te gaan misschien. Zelfs die flarden van vroeger lijken nu helemaal weg te zijn. Ik praat tegen haar. Ze luistert naar me, maar verstaat niet wat ik zeg. Haar troebele ogen staan dof en verdrietig en ze maakt geen enkel geluid. Het hoopje mens in mijn armen weegt geen veertig kilo meer. Ik moet denken aan woorden van Toon Hermans: " Dit zijn mijn handen. Hou ze vast en blijf een beetje..."
Ik pak haar handen, houd ze vast en blijf nog nog wat. Buiten is het vrijdag...