Stilte

Het is kil in je kamer. Een koude windvlaag doet me rillen over mijn hele lijf. Met kippenvel op mijn armen kijk ik nog een keer naar buiten en sluit het raam. Daar blijf ik nog even staan, starend naar de donkere wolken aan de hemel. Ben je daar boven nu? Weet je dat ik aan je denk? Weet je dat ik je ga missen? Dat ik je nooit zal vergeten? Met de rug van mijn hand veeg ik een traan van mijn wang. Het is net alsof ik sta te wachten op een teken van jou. Of een antwoord op mijn vragen misschien. De antwoorden hangen in de lucht, daar blijven ze drijvend op de wolken liggen in de stilte.
Een verdrietig gevoel bekruipt me als ik de sleutel in het slot van jouw kamerdeur steek en stilletjes naar binnen loop. Voor het raam sta ik even naar buiten te staren. Het mooiste plekje was voor jou, hier waren de mooiste zonsondergangen te zien.
Het is akelig stil nu ik je piepende ademhaling niet meer kan horen. Je bed is leeg en dat is zo`n raar gevoel. Ik had zo graag afscheid van je willen nemen, ik had je willen zeggen wat je voor me betekende. Er is zoveel dat ik je nog zou willen zeggen. Ik had je willen vertellen dat ik de betekenis heb kunnen achterhalen van het houten paardje dat je uit Zweden voor me mee had gebracht. Ik wilde je bedanken daarvoor. Voor het paardje dat een mooi plekje heeft gekregen in mijn huis, voor de fijne tijd die we samen hadden, voor alle mandarijntjes die je me elke avond meegaf, voor je onuitputtelijke levenslust, voor die heerlijke gebakjes op zaterdagavond, voor je bijzondere gevoel voor humor, voor de minimarsjes die je steevast voor me in huis haalde, voor je vreugde en het verdriet dat je met me wilde delen. Voor je altijd optimistische kijk op het leven. Voor wie je voor me was.
Ik zou je willen zeggen hoe erg ik het vind dat je alleen moest gaan. Dat ik graag bij je had willen zijn, dat ik woest was omdat ze je alleen hebben gelaten toen jouw einde naderbij kwam. Ik vraag me af hoe je je gevoeld moet hebben in die laatste momenten van je leven. Was je eenzaam, was je bang? Waarom heb je me niet gebeld?
Het is kil in je kamer. Een koude windvlaag doet me rillen over mijn hele lijf. Met kippenvel op mijn armen kijk ik nog een keer naar buiten en sluit het raam. Daar blijf ik nog even staan, starend naar de donkere wolken aan de hemel. Ben je daar boven nu? Weet je dat ik aan je denk? Weet je dat ik je ga missen? Dat ik je nooit zal vergeten? Met de rug van mijn hand veeg ik een traan van mijn wang. Het is net alsof ik sta te wachten op een teken van jou. Of een antwoord op mijn vragen misschien. De antwoorden hangen in de lucht, daar blijven ze drijvend op de wolken liggen in de stilte.