De kanjer

Hij was groot, én groots. We waren ongeveer even oud.
Door zijn hersentumor kon hij niet meer de goede woorden gebruiken. Hij zei ”ja, ja,” schudde onderwijl heftig “nee” met zijn hoofd en wees zeer resoluut met een prangende vinger naar ‘iets’.
Één ding was duidelijk : hij wilde iets zeggen, maar wat? We waren allemaal dol op hem, maar hij confronteerde ons met onze onmacht. Wat is communiceren zonder woorden toch moeilijk.
Intiem
Ik zat tegenover hem aan de keukentafel. Ik zweeg. Dat leek me eerlijk omdat hij ook niets kon zeggen. Ik voelde me eerst wat ongemakkelijk en gegeneerd om hem zo zonder woorden een hele tijd aan te kijken. Het is ook heel intiem. Ik kon wat ontspannen. Ineens moest ik huilen. Hij keek verbaasd, hield zijn hoofd schuin en moest een beetje lachen. Zo was hij, hij nam me mee naar de humor, ik moest ook lachen. We bleven kijken. Er was ernst, een hele poos. Op een geven moment knikte hij, het was genoeg. We keken nog even, als afscheid.
Sorry
Er waren momenten dat het helemaal niet ging. Dan wist ik niet wat hij bedoelde of wilde. Hij kon steeds minder met zijn grote sterke lichaam. Hij zakte van de w.c. Hij lag languit op de grond. Dan keek hij mij aan vanaf de vloer met van die grote ogen ”sorry”. Ik zei hem een keer dat hij nu aan het eind van zijn leven meer vrouwen liet zweten dan dat hij ooit voor elkaar had gekregen. Hij keek me aan . Even dacht ik dat hij woest zou worden, toen brak zijn lach door.
Baden
We hesen hem met de tillift in bad en luisterden daar samen naar zijn lievelingsmuziek. Dat was genieten. Het was zwaar en veel werk, maar het schonk ons allemaal voldoening.
Steeds minder
Ook hij moest gestaag inleveren. Van zelfstandig lopen naar het looprek. Van het looprek naar de rolstoel. Een blad in de stoel om er niet uit te zakken. De dag dat hij niet meer in de stoel kon zitten en met zijn bed naar de huiskamer ging. Met dezelfde achteruitgang van zelfstandig naar toilet gaan tot incontinentie materiaal dragen. Hij had het er moeilijk mee, worstelde met zichzelf, met wat hij op moest geven, los moest laten. Tegelijk behield hij zijn waardigheid; tot zijn laatste ademtocht.
Pijn
Soms had hij veel pijn. Het was niet eenvoudig om erachter te komen of hij morfine nodig had, omdat zijn ‘ja’ vaak geen ‘ja ‘ was. Als ik de ampul liet zien en vroeg of ik het in zijn mond moest doen, deed hij zijn mond wagenwijd open of stijf dicht. Simpel , je moet er allen even ‘op komen’.
Hun nummer
Hij is één dag comateus geweest en stierf in de armen van zijn geliefde. Hij bleef daarna nog twee dagen bij ons in het hospice. Dat was fijn, voor zijn vrouw en voor ons. Die grote man lag daar rustig op het bed en iedereen die wilde was daar om hem heen. Toen de kist kwam, wilde zijn vrouw nog even alleen met hem zijn. Wij, haar zussen, de vrijwilligers, de dragers en ik, wachtten rustig, bij de kist, op de gang. We hoorden muziek… ’hun nummer’ . Ze zong mee, knoerthard . En nog een keer en nog een keer en nog een keer. Zo stonden we daar, de gang propvol.
Daarna hebben we hem weggedragen, de held.