logoplaatje
titel: Palliatieve zorg...
plaatje: Waken

Waken

plaatje: bulletMarinus van den Berg schreef diverse boeken (*) en artikelen over het waken bij een stervende. Naasten čn zorgverleners kunnen het belang van waken niet overschatten, schrijft hij. Het heeft namelijk zeer waardevolle functies.
Waken is een vorm van liefde. Waken is als heel dichtbij iemand zijn die je zo dierbaar is. “Waken,” zegt Van Dale, “ is het oog houden op of over iemand.” Zorgen dat iemand niet alleen is. Waken is ook een vorm van zorg. Waken bij een stervende is ook te omschrijven als: “In je doen en laten, in je denken en voelen op iemand gericht zijn.” Dat kan ook als je niet in dezelfde ruimte bent als de stervende.

Van mijn overleden zus (52) heb ik wederom geleerd dat waken tot de intimiteit rond het sterven hoort. Je komt in de biotoop van een gezin, van een relatie. Haar man en haar zoons met hun vriendinnen waren in de laatste dagen en uren bij haar op haar uitdrukkelijke wens. En de huisarts was welkom. Anderen was gevraagd een stap terug te doen. Een vrouw vertelde me dat het de uitdrukkelijke wens van haar man was dat zij de laatste was die hij zag in het moment van zijn sterven. Er zijn ook mensen die vragen om hen alleen te laten. Af en toe mag er iemand ‘even kijken’. Weer anderen wachten tot juist die ene nog is gekomen. Niet altijd kunnen stervenden aangeven wie ze wel en niet graag bij zich in de buurt hebben. Terughoudendheid en telkens aftasten wat je juiste plaats is, is een gewenste basishouding.

Een tijd voor verhalen

Waken is een van de riten bij het levenseinde. Riten helpen bij het maken van overgangen. Sterven is voor alle betrokkenen een transitietijd. Riten zijn als grensmarkeringen. Je komt in een ander gebied. Ze scherpen het besef aan waar je bent. Ze beschermen en legitimeren emoties. Ze kunnen ruimte voor emoties scheppen en tegelijk ook rust creeren. Riten verzamelen en verbinden ook.

De tijd van waken is een tijd voor verhalen. Verhalen over de tijd die aan het voorbijgaan is: verhalen over de ziekte, hoe ze begon en verder ging, verhalen vol herinneringen over hoe het was, verhalen over wie de stervende voor je was. Zorgverleners kunnen deze verhalen oproepen. Een vraag als ‘Wie was hij of zij voor je…?’ of ‘Had je een bijzondere band….?’ , kan een stroom van verhalen losmaken. Indrukwekkende, maar ook moeilijke verhalen. De levensarchieven van de wakenden gaan open. Verhalen vertellen is ook een vorm van rouwverwerking. Je kunt het anticiperend rouwen noemen.

Duur van sterven

Rond het waken duiken regelmatig allerlei vragen op, vooral als er bijna geen contact met de stervende meer mogelijk is. Een vraag die vaak gesteld wordt luidt: hoe lang gaat het duren? Het is een vraag waarachter vermoeidheid of onmacht schuil kan gaan, maar ook andere vragen, zoals: moeten we de geplande reis annuleren, kunnen we naar dat feest dat aanstaande is? De achterliggende vraag kan ook zijn: wat is nog de zin van dit waken? De vraag hoelang het nog gaat duren, is zelden alleen maar een vraag naar de tijd. Er is dan ook meer nodig dan het antwoord: “Dat kan niemand zeggen, het moment van sterven is overwegend onvoorspelbaar.” Het is beter een wedervraag te stellen: “Kunt u mij zeggen waarom u dit nu vraagt?” Dan kan duidelijk worden wat de echte vraag is. Het waken bij een stervende kan zwaar zijn. “Ik sterf met mijn vrouw mee,” zei een man, “we waren zestig jaar samen.” Het erkennen en benoemen van deze moeite kan steunend zijn.

De vraag naar de duur raakt ook aan een andere tijdsbeleving. Daarvan is absoluut sprake bij het waken. Je treedt van ‘de haast-tijd’ in ‘de langzame tijd’. In het huis of de kamer van een stervende lijkt de tijd stil te staan. Wie zelf vooral in ‘de haast-tijd’ leeft, kan moeite hebben met het trage, met het wachten. Die moeite kan de vraag oproepen of het nog lang duurt. Soms wordt het gezegd op een toon die kan irriteren. Die irritatie kan op hulpverleners overslaan. Dat kan hen verhinderen om open te luisteren. Een enkele opmerking als ‘Sterven kan langzaam gaan’, erkent de moeite van de ander en kan tegelijk helpen om tijd te nemen. Een zorgverlener die tijd maakt voor degenen die waken wordt vaak als steunend ervaren.

Zinvolle tijd

Hulpverleners kunnen handreikingen aanbieden om zinvol met deze tijd van waken om te gaan. Allereerst kunnen ze zelf tijd geven door te gaan zitten en te luisteren naar de verhalen. Als ze daartoe niet in de gelegenheid zijn, kunnen ze er zorg voor dragen dat er iemand komt die hiervoor wel tijd heeft. Zo kan na overleg met de naasten bij voorbeeld contact gezocht worden met een geestelijk verzorger. De tijd van waken kan ook de tijd zijn voor afscheidsrituelen, zoals een ziekenzegen, een ziekenzalving, zingen van een vertrouwd lied, branden van een kaarsje, maar ook foto’s kijken, schrijven in een dagboek. Soms is er iemand die muziek speelt, zoals op een harp. Ook kan er een tekst over de zin van waken worden aangereikt.

Waken kan tot een meditatie worden. Je staat stil en denkt na over je eigen levensweg.
Als je aan een sterfbed van een naaste zit gebeurt er meer dan je soms vermoed. Ik merk vaak hoe de familiearchieven open gaan.
Waken hoeft niet altijd te betekenen dat je aan het bed zit. Je kunt ook in de buurt zijn.
Ook kun je waken door in gedachte bij de stervende te zijn. Het is niet uitzonderlijk als iemand sterft terwijl hij alleen is. Hulpverleners doen er goed aan dit tevoren in de stervensfase te bespreken. Dat helpt schuld- en schaamtegevoelens te voorkomen.


(*)
Voor de laatste tijd, samenwerken aan een goede dood, Kok Kampen, 2004
Voorbij het einde, waken en afscheid nemen, Kok Kampen, 2004.

Reactie?

plaatje: bulletWilt u reageren op dit artikel? Dat kan hieronder.



(e-mail wordt niet getoond, wel verplicht)
 
UrbannyPymn schreef op 04-05-2011 21:00
Bedankt voor een interessante blog
Fleur Commandeur schreef op 27-11-2010 20:20
''De tijd nemen en de tijd geven'', komt bij mij op na het lezen van dit treffend artikel. Zeer herkenbaar. Iik heb hier goede ervaringen mee, zoals een familie die 15 jaar geen contact had met elkaar en hun vader, ze hebben 1 maand met elkaar doorgebracht, de man is 'gelukkig' gestorven.