Sientje

Vandaag precies een jaar geleden overleed een dierbare vriendin van me.
Sientje was een vrouw die altijd klaar stond voor de mensen om haar heen. Een ieder die haar nodig had kon bij haar aankloppen. Op haar eigen speciale manier gaf ze mensen weer kracht en moed om verder te gaan in moeilijke tijden. Haar liefde kende geen grenzen. Zelfs midden in de nacht stond ze klaar voor je. Sientje stond ook vaak klaar voor mij.
Ik had haar al een paar weken niet meer gezien toen ik hoorde dat ze plotseling was overleden. Ik was vreselijk geschokt en geloofde in eerste instantie niet wat me gezegd werd. “Het zal wel een misverstand zijn”, ging er door me heen, en ik ging gewoon weer door met mijn werk. Naarmate de dag vorderde begon het besef, dat het geen vergissing was, aan me te knagen. Ik belde haar op en hoopte dat ze gewoon zou opnemen, zoals ze altijd deed. Haar zoon nam op, en ik werd stil aan de andere kant van de lijn. Op dat moment kwam de knal binnen. Het was dus toch waar….. ze was echt dood. Weggevaagd, terwijl ze ondanks haar 76 jarige leeftijd vitaler en gezonder was dan een vrouw die 40 jaar jonger was.
Wanneer je besluit om te gaan werken met en voor stervenden en overledenen word je onherroepelijk geconfronteerd met je eigen sterfelijkheid en je eigen emoties. Je kunt daar eenvoudigweg niet omheen, anders komt je werk niet vanuit het hart. Patiënten voelen dit, omdat ze zo dichtbij hun gevoel staan en omdat sommige zintuigen beter en sterker werken dan die van mensen die zo midden in het leven staan.
Zelf heb ik de overtuiging dat je een ander niet kan helpen, als je niet durft te kijken naar je eigen verlieservaringen in het leven. De weg van pijn maakt je vaak een sterker en wijzer mens, en bovendien begrijp je zoveel beter wat het betekent om iemand te verliezen of op een andere manier te verliezen. Verlies en rouw zijn namelijk niet altijd gerelateerd aan de dood.
Ondanks haar hoge leeftijd werkte Sientje nog iedere dag. Op zondag nam ze wel eens een dagje vrij en besteedde dan aandacht aan haar familie, en genoot van haar kleinkinderen.
Op die bewuste 29 maart was ze weer druk aan het werk. Ze vroeg op een gegeven moment aan haar man om het raam te openen, omdat ze het een beetje warm had. Dat gebeurde haar wel vaker zo opeens. Terwijl haar man zich omdraaide om het raam te openen viel ze op de grond en was op slag dood. Ze werd uit het leven gerukt zonder enige aanleiding en oorzaak.
De familie had Sientje verzorgd en ik kwam de volgende dag om afscheid van haar te nemen. Door mijn werk heb ik veel te maken met thuisopbaringen, maar ik merkte dat ik toch wat nerveus was voor de confrontatie met het dode lichaam van Sientje.
Bij binnenkomst merkte ik dat ik vreselijk geëmotioneerd raakte en ik viel haar man huilend in de armen. Krachtig troostte hij me en bijna voelde ik me beschaamd.
De rollen zouden eigenlijk andersom moeten zijn. Hij verloor namelijk zijn vrouw met wie hij al meer dan 50 jaar lief en leed deelde. En toch, zo herkenbaar, toonde hij de kracht die er vaak is in de eerste dagen na een overlijden van een dierbare.
Nog nooit heb ik met zoveel verwondering gekeken naar een opgebaarde overledene, alsof het de eerste keer was dat ik dit zag. Het besef dat ik ook maar een mens ben, met gevoelens van machteloosheid als het dichtbij komt, was eigenlijk ook wel weer een geruststelling. Zo vaak krijg ik namelijk de vraag hoe het toch komt dat ik mijn werk emotioneel aankan, omdat ik gevoelsmatig zo ver ga in mijn diensten. Het antwoord werd me dus gegeven: Ook al kan ik veel toelaten in mijn werk en toch goed blijven functioneren; je eigen verliezen beleef je zo anders…..
De uitvaartplechtigheid in de kerk was voor mij nog emotioneler dan het afscheid bij Sientje thuis.
Ik had me voorgenomen om sterk te blijven. Ik, die immers zo vaak aanwezig was bij stervens-, rouwprocessen en uitvaarten, moest haar emoties toch in de hand weten te houden?
Compleet overvallen door het verdriet van mijzelf en dat van de vele aanwezigen heb ik het grootste gedeelte van de dienst gehuild en gesnotterd. De muziek, die ik al zo vaak hoorde bij uitvaarten, raakte me intens, en ik begreep weer wat er bedoeld werd met de woorden van troost, die zo vaak gesproken worden.
Terugkijkende naar mijn eigen verlieservaringen, met Sientje als voorbeeld, zie ik de ware betekenis van rouwen, wat een schrale troost is. Niemand ontvangt pijn toch met open armen? Maar als een verlies er eenmaal is, en je durft het te beleven, kun je daarna met een iets vollere rugzak verder op pad.
Sientje leerde me veel, zowel voor als na haar dood. Haar foto staat al een jaar op de piano en ik gedenk haar nog steeds iedere dag.
© Heidi Gündel, maart 2006
Wilt u reageren op deze column? Dat kan hieronder!