Zorg van partner, familie en/of vrienden

De mensen die u het meest nabij staan helpen u doorgaans als eersten als u bepaalde zaken niet meer zelf kunt doen. Ergens naar toe rijden, het huishouden doen, aankleden, naar het toilet gaan... Dat kan vanalles zijn. De zorg van de partner of directe familieleden, maar ook van eventuele andere huisgenoten, verdere familieleden, buren en/of vrienden wordt mantelzorg genoemd.
Mantelzorger zijn is één van de meest voorkomende beroepen in Nederland. Zo`n 2,5 miljoen mensen zijn het. Het is echter geen beroep waar je voor kiest. Je wordt het vanzelf, je rolt erin.
Voor beide partijen kan mantelzorg moeilijke kanten met zich meebrengen. Het kan voor de zieke moeilijk zijn hulp te vragen en/of te krijgen. Het bevestigt immers de afhankelijke positie waarin hij/zij zich bevindt. Dat kan ook zwaar zijn voor de andere partij, de persoon die de zorg geeft. Vaak wordt het niet echt als zorg belééfd. Het heet `gewoon` aandacht geven. Of een uiting van persoonlijke betrokkenheid. Of liefde.
In de palliatieve fase van het ziek-zijn, kan mantelzorg een belastende aangelegenheid worden. Niet alleen lichamelijk (als de zieke persoon zichzelf niet meer kan verplaatsen bij voorbeeld, of als er steeds vaker dag én nacht gezorgd moet worden, -wat ten koste gaat van de nachtrust), maar ook geestelijk. Dat geldt vooral als de verzorging op de schouders van één persoon terecht komt. Er kunnen zorgen zijn over de toekomst: `Blijft het mogelijk mijn man thuis te verzorgen?` Of, in het geval iemand alleen woont: `Hoelang is het nog verantwoord iemand alleen thuis te laten zijn?`
Om de lichamelijke zwaarte te verlichten, zijn er
hulpmiddelen voor bij voorbeeld het wassen of verplaatsen van de zieke. Alleenstaande zieken kunnen baat hebben bij een
alarmeringssysteem. Erg praktisch kan de
maaltijdvoorziening zijn. Eventueel kan voor een tijdelijke vervanging van het mantelzorgen worden gekozen, de zogeheten
respijtzorg, waardoor de mantelzorger zelf even tot rust kan komen.
Ook kunnen, als aanvulling op de zorg, gespecialiseerde
vrijwilligers worden ingeschakeld. In de praktijk kiezen mensen vaak te laat voor hulp van vrijwilligers, ook - achteraf beschouwd - volgens de mantelzorgers zelf. Men houdt zich vaak vast aan het idee dat er geen vreemden bij de zorg betrokken mogen worden. Soms speelt onbekendheid van de vrijwilligers een rol: `Hadden we maar eerder geweten over hun bestaan.`
Mantelzorgers kunnen voor een luisterend oor, advies of ondersteuning terecht bij de Mantelzorgtelefoon of een
Steunpunt Mantelzorg. Deze Steunpunten zijn niet specifiek opgericht voor mantelzorgers van palliatieve patiënten.
Mogelijk heeft u meer aan contacten met mensen die in hetzelfde schuitje zitten. U kunt met hen in contact komen via een
Inloophuis. Meestal zijn de inloophuizen vooral bedoeld voor mensen met kanker en hun naasten. Maar als u iemand verzorgt die een andere ziekte heeft, hoeft u zich daardoor niet te laten afschrikken. Veel van de dingen waarmee u te maken krijgt, of waar u tegenaan loopt, zijn hetzelfde.
Wanneer is er sprake van overbelasting?
Nauwe betrokkenheid bij een ernstig zieke vergt veel energie en inzet. Als er overbelasting bij de mantelzorg dreigt, kunnen, zoals hierboven geschreven, onder meer
gespecialiseerde vrijwilligers ingeschakeld worden. Maar wanneer is er sprake van overbelasting? Dat laat zich moeilijk in algemene termen uitdrukken.
Er wordt vaak over overbelasting gesproken als de draaglast (dat wat er allemaal op uw bordje komt) groter wordt dan de draagkracht (dat wat u aankunt). Dat klinkt als een heel simpele rekensom, maar in de praktijk kunnen mensen over zichzelf moeilijk vaststellen dat de balans tussen draaglast en draagkracht ongezond scheef is komen te liggen.
Vaak zijn er momenten in het leven die op dit gebied veelzeggend kunnen worden genoemd: `Opeens dacht ik: ik red het niet meer. Hoe krijg ik het georganiseerd? De zorg voor hem en daarnaast mijn eigen gezin draaiende houden?`. Of, wat bruter: `Opeens ging het in een flits door me heen: was dit maar afgelopen, was hij maar dood.` U kunt zichzelf ook de vraag stellen of u zich overspannen voelt. Zo ja, dan is er misschien nog geen sprake van overbelasting, maar dan ligt die wel op de loer.
Dergelijke momenten kunnen aanleiding zijn om te bekijken of het zorgen niet anders ingevuld of georganiseerd moet worden. Kunnen vrijwilligers helpen? Moet de zieke tijdelijk elders opgenomen worden? Is het tijd voor een time-out? Praat er op zijn minst over, met uw huisarts of met een (andere) vertrouwenspersoon.