logoplaatje
Home/

Het nieuwe rouwen

plaatje: bulletDoor Anja Krabben

In het grootste deel van deze eeuw was rouwen `uit`. Rouwen gebeurde vooral achter de vier muren van de eigen woning, onzichtbaar voor de buitenwereld. Dit lijkt in korte tijd veranderd. Mensen lijken elke kans die hun geboden wordt om hun verdriet publiekelijk te tonen (Diana`s dood, de moord op Tjoelker) onmiddellijk aan te grijpen. Een ontleding van het `nieuwe rouwen`.
Er is inmiddels een flinke bibliotheek vol geschreven over de dood in de twintigste eeuw en `onze` (westerse) problematische verhouding ermee. De dood als het meest besproken taboe van deze eeuw. Vooral `de eenzaamheid van stervenden in onze tijd` (Norbert Elias) wordt ruimschoots onder de aandacht gebracht. De eenzaamheid van rouwenden blijft erg onderbelicht, terwijl er voor elke stervende/dode meestal meerdere rouwenden zijn. Herkennen doen wij ze echter nauwelijks. Toch zijn zij, in tegenstelling tot de stervenden, die `verborgen` in ziekenhuizen en eigen slaapkamers de laatste adem uitblazen, overal om ons heen, maar onzichtbaar, want het `in de rouw zijn` is afgeschaft in deze eeuw en huilen in het openbaar wordt niet op prijs gesteld.

In het woordenboek wordt `rouw` omschreven als 1. `smart` (in het bijzonder wegens iemands overlijden) en 2. `uiting van smart`. Bij `rouwen` staat: 1. `smart voelen, treuren` en 2. `in de rouw zijn` of `rouw dragen`. `Smart voelen` is passief, `in de rouw zijn` of `rouw dragen`. `Smart voelen` is passief, `in de rouw zijn`, `rouw dragen` of `smart uiten` vereist actie. Actie die in deze eeuw weinig vertoond is en zeker niet in het openbaar.

Dat was in de vorige eeuw wel anders. De negentiende-eeuwer, die kon nog rouwen. En mocht dit vol overgave doen. Het `in de rouw zijn` was zichtbaar voor iedereen. Gedurende lange perioden na het overlijden hulden de nabestaanden zich geheel in het zwart. Een rouw die geleidelijk, naarmate de tijd verstreek, per kledingstuk werd afgebouwd. Op de begraafplaatsen, die veel bezocht werden, richtte men duurbetaalde eeuwige monumenten op voor de gestorven geliefde. Monumenten van verdriet, maar ook van liefde en toewijding. De doden werden niet vergeten. Men omringde zich met aandenkens aan hen: haarschilderijtjes, bidprentjes en foto`s, waar de overledene al dan niet post mortem op vereeuwigd was. De rouw tot cultus verheven.

In deze eeuw bleef daar weinig van over. Rouwkleding werd afgeschaft. Begraafplaatsen veranderden in kale, verlaten oorden. De eeuwige grafrust werd ingeruild voor een ruiming na tien jaar. De uitvaart, het begin van de rouwperiode, werd een meesterlijk kunstje van ingehouden verdriet. Zwijgend achter de kist aan. Zwijgend rond het graf. Zwijgend terug naar huis waar het verdriet pas achter de vier muren van de privacy de vrije loop wordt gelaten. Anderen vallen we daar niet te veel mee lastig. Anderen wensen daar ook niet te veel mee lastig gevallen te worden.

Toch moet al die opgestapelde, ingehouden, niet erkende, onverwerkte rouw een uitweg vinden. Niet zelden leidt het naar een therapeut, pas jaren later. Of we hebben het geluk dat er een prinses sterft die ons niet alleen de rekening van een therapeut bespaart maar tevens de kans biedt ons verdriet in het openbaar te uiten.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Ik heb helemaal niets met Diana," zegt een nuchtere vriend die tot zijn grote verbazing moest huilen bij Elton John`s vertolking van `Candle in the wind`. "

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het rouwvertoon dat volgde op de dood van Lady Di was ongekend. De voor hun gereserveerdheid bekend staande Engelsen huilden openlijk voor de in groten getale toegesnelde televisiecamera`s. Maar niet alleen Engeland rouwde, de hele (vooral westerse) wereld was in verdriet gedompeld. De vele experts die inmiddels hun licht hebben laten schijnen over dit uitzonderlijke, massale rouwvertoon wijzen op de macht van de media. Zien doet navolgen. Zien bloemen leggen doet ook bloemen leggen. Toch is men het er ook over eens dat de verslagenheid en het verdriet die zo openlijk getoond werden oprecht waren. De vraag was alleen waar dit verdriet vandaan kwam en voor wie de tranen vergoten werden. Niet alleen voor Diana, hoe geliefd ze ook geweest mag zijn, maar tegelijkertijd ook voor eigen overleden familieleden of andere onverwerkte zaken, zo werd geconstateerd. Een duidelijke vorm van verlate rouw. Diana`s dood is niet voor niets geweest, de therapeutische werking ervan was enorm, de psychische schoonmaak grondig. Sommige rouwenden waren zich hier terdege van bewust en wisten hun verlate verwerking over de dood van hun familieleden uitstekend te verwoorden voor de BBC-camera. Anderen werden geheel overvallen door de tranen zonder er iets van te begrijpen.

"Ik heb helemaal niets met Diana," zegt een over het algemeen nuchtere vriend mij de dag na Diana`s uitvaart. Hij bekent dat hij had moeten huilen tijdens de vertolking van Elton John`s `Candle in the wind` en is daar even verbaasd over als ik. Ik herinnerde mij nog zijn onverschillige houding een aantal jaren terug toen zijn moeder plotseling overleed. Hoe zeer hem dit ook aangreep, hij wist met zijn verdriet geen raad, kon niet huilen, kortom wist zich geen houding te geven. Is het ver gezocht om te bedenken dat zijn tranen voor Diana eigenlijk voor zijn moeder bedoeld waren? Het maakt niet uit of hij zich dit bewust was of niet, de bevrijding is hetzelfde.

Uiteraard was niet elke rouwende voor Diana bezig met eigen onverwerkt verdriet. Duizenden anderen lieten zich gewoon eens lekker gaan. Lieten zich meeslepen door het sprookje dat zo triest eindigde, werden geroerd door de indrukwekkende toespraak van de broer van Diana of door het `mama` op de bloemen die afkomstig waren van haar zoons.

Want luidruchtig en opzichtig treuren om de onverachte dood van een bekend iemand of om de tragische dood van een onbekende is een verschijnsel dat in razend tempo om zich hen grijpt. Niet alleen in Engeland stijgt de bloemenverkoop na het overlijden van een beroemdheid. In Amerika worden na de moord op de modekoning Gianni Versace voor zijn verschillende Amerikaanse winkels bloemen op het trottoir gelegd. `We hebben zo weinig mogelijkheden om te rouwen dat als de kans zich voordoet mensen deze onmiddellijk aangrijpen,` verklaart een Amerikaanse psychotherapeut in US News dit gedrag.

Hetzelfde beeld herhaalt zich in Leeuwarden, op de plek waar Meindert Tjoelker is doodgeschopt, in de binnenstad van Amsterdam waar een ander slachtoffer van zinloos geweld gevallen is, langs de snelweg bij Tilburg waar twee jonge stellen tragisch bij een verkeersongeval om het leven zijn gekomen en op vele andere plaatsen in Nederland en daarbuiten.

Meestal gaat het om mediagevoelige sterfgevallen waar vele camera`s op gericht staan. Zeker bij Tjoelker kon je je cynisch afvragen, zo kort na de gebeurtenissen rond Diana, of de media zijn tragische dood niet enorm hebben opgeblazen. (Hoewel de tranentrekkende details ook een rol zullen hebben gespeeld: Tjoelker vierde op de avond van zijn dood zijn vrijgezellenavond en werd begraven op de dag die zijn trouwdag had moeten zijn.) De Engelsen een mediarouwspektakel, wij er ook een. Een minuut stilte op de publieke zenders, dat was tot dan toe uitsluitend voorbehouden aan de nationale dodenherdenking.

Toch komen we er niet met cynisme alleen. Onder het fotogenieke laagje was wel degelijk echte rouw te vinden. Niet alleen waar camera`s staan wordt gerouwd. Ook elders wordt de behoefte onze doden weer openlijk te betreuren en gedenken meer en meer zichtbaar. Gewoon overgaan tot de orde van de dag na een sterfgeval werkt niet, hebben we ontdekt. Het leven gaat inderdaad door, maar is nooit meer als voorheen. De doden eisen hun plaats op in het leven. En met hen de rouwenden. Het is zichtbaar op de begraafplaatsen, die weer flink bezocht worden en waar graven beter onderhouden worden dan in lange tijd gebeurd is - voor het laatst in de negentiende eeuw waarschijnlijk.

Het is op ontroerende wijze zichtbaar op de verstrooivelden bij crematoria. Deze anonieme verstrooivelden zijn een product van de jaren zestig toen velen kozen voor een snelle, sobere en schone crematie. Een eigen plek voor de dode waar men op bezoek kon gaan werd als niet belangrijk gezien. De laatste jaren krijgen veel mensen spijt van deze beslissing en probeert men alsnog een eigen plekje voor de dode te creren. Nabestaanden laten op het grasveld van alles achter: beeldjes, bloemen, tekeningen, persoonlijke briefjes. Maar dat is niet de bedoeling van deze velden, dus de aandenkens worden weer verwijderd door het crematorium, om de volgende dag weer even snel terug te keren.

Het is ook zichtbaar op internet. Daar wordt erg veel gerouwd. Het is d plek om mederouwenden te vinden voor wie in de eigen omgeving geen gehoor vindt. Griefnet is slechts n plek waar mensen uiting geven aan hun verdriet en begrip vinden bij lotgenoten. Op het net worden ook ontelbare monumenten opgericht voor gestorven geliefden, zowel op de officile digitale begraafplaatsen als op eigen homepages.

De behoefte te rouwen en de behoefte de rouw publiekelijk te tonen is alom aanwezig. Het omslag van Vrij Nederland heeft sinds de dood van hoofdredacteur Joop van Tijn in oktober 1997 een zwarte achtergrond in plaats van de gebruikelijke witte. De redactie laat zo weten Van Tijn nog wekelijks te missen en wil de lezer daar deelgenoot van maken.

Willen rouwen wil nog niet zeggen dat men weet he te rouwen. Rouwen is ook een kunst en gaat evenals de uitvaart met rituelen gepaard. Ook het rouwvertoon van allochtonen, dat we niet zelden als lichten voorbeeld zien, is voor een groot deel geritualiseerd en verloopt volgens vaste patronen. Het gedrag is als het ware voorgeschreven. Het huilen, klagen en schreeuwen. De gezangen en dansen rond de kist.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Een nationale dodendag kan alleen maar ten gunste zijn van de volksgezondheid en de regeringsbegroting helpen verlichten."

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

De rituelen van het `nieuwe rouwen` lijken vooralsnog te bestaan uit het branden van kaarsen en waxinelichtjes en het leggen van bloemen en briefjes. Vooral het waxinelichtje heeft een opzienbarende `symboolverwisseling` ondergaan. Was het vroeger, onder de theepot bij moeder, het symbool van huiselijkheid en geborgenheid, nu is het een icoon voor rouw geworden.

Verschillende kunstenaars trachten het gebruik van rouwkleding, rouwsieraden en speciale rouwaccessoires met moderne varianten nieuw leven in te blazen, maar dit lijkt nog iets te extravagant voor velen. De onlangs gentroduceerde internationale rouwvlag zou wel eens meer kans van slagen kunnen hebben. Een vlag die door iedereen herkend wordt als rouwvlag en die huis of kantoor direct herkenbaar maakt als een plaats waar mensen in rouw zijn. Hij zou niet misstaan aan het redactie-adres van Vrij Nederland.

Ook het moment van rouwen en herdenken kan vastgelegd worden. Tenslotte willen mensen rouw niet alleen tonen, maar ook gezamenlijk beleven. Zie de massale bijeenkomsten in Londen en Leeuwarden en de jaarlijkse herdenking van onze aidsdoden. Als het werkt met de herdenking van de doden uit de Tweede Wereldoorlog, waarom zou het niet werken met al onze doden. Het is al eerder voorgesteld in Doodgewoon: Een door de regering afgekondigde dodendag, een nationale vrije dag, waarop mensen de tijd en de rust gegund wordt hun doden te herdenken. Ongetwijfeld ten gunste van de volksgezondheid en ter verlichting van de regeringsbegroting, een detail dat politici zou moeten aanspreken. Huilen op commando werkt even bevrijdend en opluchtend als spontaan in tranen uitbarsten. Zo nu en dan verdriet de vrije loop laten, treuren om de eigen doden, om de doden van anderen, weemoedig mijmeren over de vergankelijkheid en het eigen onvermijdelijke einde is niet alleen gezond, bevrijdend en opluchtend, maar zelfs lekker op zijn tijd.

Als het `in de rouw zijn` weer deel gaat uitmaken van het dagelijkse leven en zelfs een keer per jaar tot een nationaal tijdverdrijf wordt uitgeroepen, wellicht zullen we dan ook weer geduld krijgen voor rouwenden in onze directe omgeving en leren minder krampachtig met hem om te gaan. En niet alleen meetreuren als er een mediagevoelige dood heeft plaatsgevonden. Publiekelijk samenkomen om Diana te betreuren is `n ding. Meevoelen met en luisteren naar de rouwende naast de deur is iets anders.

Want het heeft iets onnoemelijk triests dat veel mensen blijkbaar niet eerder de gelegenheid hebben gekregen hun verdriet met anderen te delen. Pas onder het mom van `verdriet om Diana` konden ze hun tranen voor de eigen doden publiekelijk de vrije loop laten. Nog triester is het dat ze dit samen beleefden met talloze `pseudo-rouwenden`. Pseudo-rouwenden die de `echte rouwenden` ten tijde van hun verlies in de kou lieten staan, maar wel kunnen rouwen voor een totaal vreemde. Een Engelse therapeut vertelt op de BCC-televisie over een cli`;te die boos reageerde op de massale Diana-rouw. de vrouw, die haar beide ouders in n klap door een auto-ongeluk verloren heeft, vertelde hem dat haar beste vriendin nauwelijks enig medeleven had getoond ten tijde van haar ouders` dood. Maar toen prinses Diana verongelukte was diezelfde vriendin in tranen en kocht ze voor vijftig pond aan bloemen.

Het is herkenbaar. Op de dag dat Diana verongelukte kostte het me geen enkele moeite om met wildvreemden over het `vreselijke nieuws` te praten. Maar toen mijn buurvrouw overleed, moest ik mijzelf overwinnen om op de buurman af te stappen om hem mijn deelneming te betuigen. (Het ging zo stijf als het klinkt.) Ik wist mij geen raad toen hij midden op straat in tranen uitbarstte en snotterde dat hij zijn vrouw zo miste. Het liefst was ik hard weggelopen en de rouwende zijn eenzaamheid gelaten.


Dit artikel is overgenomen uit Doodgewoon, # 16, lente 1998.

Tekst Anja Krabben / Doodgewoon.
E-mail: redactie@dood.nl


Voor meer artikelen van Anja Krabben: http://www.anjakrabben.nl.