logoplaatje

Palliatievezorg.nl Palliatieve zorg...

Pijnbestrijding

plaatje: bulletLange tijd heeft Ė met name in medische kring Ė het idee geleefd dat palliatieve zorg synoniem is voor pijnbestrijding. Hoewel deze gedachte niet juist is, geeft het wel aan hoezeer pijnbestrijding een onderdeel vormt van palliatieve zorgverlening.
Essentieel voor pijnbestrijding in de palliatieve zorg is dat pijn breed geÔnterpreteerd wordt (de Ďtotale pijn-visieí). Pijn bestaat niet alleen uit lichamelijk lijden, maar kan ook veroorzaakt worden door psychologisch, sociaal of spiritueel lijden. Onder psychologisch lijden kunnen bijvoorbeeld gevoelens van angst, onbegrip en machteloosheid worden verstaan. Sociaal lijden kan verwijzen naar de verliezen die de patiŽnt ervaart. Wat werk, gezag, sociale positie of inkomen betreft moet een zieke immers het nodige incasseren. Met spiritueel lijden wordt onder meer gedoeld op de vele zingevingsvragen die in de laatste fase kunnen opkomen: waarom gebeurt dit met mij, waarom laat God toe dat ik zo moet lijden, wat is de bedoeling of zin van het leven? Al deze facetten beÔnvloeden de mate waarin een patiŽnt pijn ervaart.
De breedte van de pijn-interpretatie klinkt ook door in de definitie van pijn die in de praktijk van de palliatieve zorg het meest gehanteerd wordt: pijn is alles waarvan de patiŽnt zegt dat het au doet. Deze kernachtige formulering maakt duidelijk dat het begrip pijn niet afhankelijk is van wat de hulpverleners als pijn zien. Het stelt de subjectieve beleving van de patiŽnt centraal. Ieder mens ervaart pijn op zijn eigen manier. Wat de ťťn erge pijn noemt, vindt de ander slechts matige pijn. De mate waarin pijn wordt beleefd, is onder meer afhankelijk van de gemoedstoestand van de patiŽnt (de ene keer kan hij meer hebben dan de andere keer), van eerdere ervaringen met pijn en van de culturele of religieuze achtergrond van de patiŽnt. In de pijnbehandeling wordt aan al deze aspecten aandacht besteed.

In de internationale medische literatuur wordt gesteld dat nagenoeg alle pijn te behandelen valt. Er blijven pijnsoorten bestaan die nauwelijks of niet te bestrijden zijn, met name de neuropathische pijn (pijn die ontstaat door ingroei of afklemming van de zenuwen). Deze is minder gevoelig voor de gebruikelijke pijnstillers.

Voor de bestrijding van pijn hebben palliatieve hulpverleners diverse pijlen op hun boog. In het algemeen zijn pillen het belangrijkst. De farmacologische pijnbestrijding bij kankerpatiŽnten vindt plaats volgens een soort drietraps-raket, de zogeheten analgetische ladder. Deze richtlijn is opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie. Bij lichte pijn wordt gestart met paracetamol of met ontstekingsremmers (NSAIDís): naproxen, ibuprofen of diclofenac. Zijn deze medicijnen niet toereikend, dan wordt de medicatie aangevuld met zwakwerkende opioÔden als codeÔne of tramadol. Onderdrukken ook deze middelen de pijn niet meer, dan komen Ė stap drie Ė de sterkere opioÔden aan de orde.

Om optimale pijnbeheersing te bereiken, hebben hulpverleners Ė naast medicijnen Ė diverse andere mogelijkheden. Zenuwblokkades, palliatieve, chirurgische operaties, psychologische ondersteuning en fysiotherapie staan ook tot hun beschikking. Daarnaast kunnen zogeheten aanvullende zorgvormen ingezet worden. Die zijn vooral gericht op het welbevinden van de patiŽnt, en kunnen het algehele gevoel van ontspanning en comfort bevorderen. Het gaat hier bijvoorbeeld om ontspanningsoefeningen, massages of therapeutic touch. Deze behandelingen worden soms ook in het kader van pijnbestrijding aangeboden. Verder is er de overtuiging dat Ďgewone menselijke aandachtí ook een goede pijnstiller kan zijn. Een gewoon praatje dus, van mens tot mens. Het kan zoveel schelen.

Er is wereldwijd veel bekend over hoe pijnklachten het beste verlicht kunnen worden. In Nederland baseren artsen zich grotendeels op de richtlijnen die zijn opgesteld door het Integraal Kankercentrum Midden-Nederland.

Als de pijnbehandeling niet naar wens verloopt, kunnen artsen (of verpleegkundigen) een beroep doen op een consultatieteam palliatieve zorg. Dit zijn teams van deskundigen die de arts (of verpleegkundige) kunnen adviseren over de behandeling. Ook zijn er in Nederland diverse pijnpoliís, verbonden aan de academische ziekenhuizen. Deze zijn echter niet gespecialiseerd in pijn die in de palliatieve fase voorkomt.

Bron: Rob Bruntink, Een goede plek om te sterven. Palliatieve zorg in Nederland. Uitgeverij Plataan, Zutphen. 2002.